Opgelost Eerste Kamer is een onfris en rammelend relict

Meer
4 maanden 2 weken geleden #53784 door katertje
De Eerste Kamer is ondemocratisch, vertraagt besluitvorming en voedt het wantrouwen in de politiek, betoogt Wim Voermans.
Wim Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan Universiteit Leiden

Thorbecke wilde met zijn grondwetsherzieningscommissie in 1844 al van de Eerste Kamer af. "De Eerste Kamer heeft geen grond" en het toch in het bestel houden van de Kamer zou "zonder grond en zonder doel" zijn.

Die Eerste Kamer was het gevolg van een bedrijfsongeluk uit 1815, toen de Belgische adel en geestelijkheid een senaat afdwongen als prijs voor hun instemming met de vereniging met Nederland. Het was een bolwerk om hun adellijke belangen te kunnen dienen. Met het vertrek van de Belgen in 1830 verviel die reden. Volgens Thorbecke was het niet uit te leggen waarom de kiezer na de Tweede Kamerverkiezingen "nog eens moet kiezen, om zich ten tweeden male in een ander college te laten vertegenwoordigen."En dat voor een Kamer die alleen maar "nutteloze vertraging" oplevert.

Thorbeckes bezwaren zijn tot op de dag van vandaag gerechtvaardigd. Want wat voegt die Kamer eigenlijk toe? Zelf doen de leden er altijd gewichtig over. In omfloerste bewoordingen beweren ze meestal dat ze het "gezond verstand" vertegenwoordigen. Ze zouden het betere deel der natie zijn, die door lange bestuurlijke of politieke ervaring, belangrijke connecties en opleiding, een toegangsbewijs tot diepere inzichten hebben. Het soort hogere wijsheid dat nodig is om ervoor te zorgen dat de platte politieke emoties van alledag, de snel vlammende sentimenten waar gewone mensen zich zo door laten leiden, niet uit de bocht vliegen. De Eerste Kamer gaat er prat op dat ze regering en wetsvoorstellen toetsen op kwaliteit en uitvoerbaarheid.

Nogal een aanmatigend zelfbeeld voor een amateur-parlement dat één dag per week samenkomt.

Dat de Eerste Kamer zou waken tegen "de waan van de dag" is een zorgwekkende voorstelling van zaken. Waar haalt een zelfbenoemde "raad van wijzen" met indirect, zwak democratisch mandaat het recht vandaan zich op te werpen als een soort oppasser om wél rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers in toom te houden? Zo’n senaat is een soort geïnstitutionaliseerde vorm van wantrouwen in de democratie, een terugfluitkamer om de "populistische" krachten aan de overkant in toom te houden. Getuigt dat niet van een verwerpelijke vorm van paternalisme waar een zelfverzekerde en volwassen democratie als die in Nederland zich verre van zou moeten houden?

Politieke marsorders
Nee, we hebben "checks and balances" nodig in het systeem, luidt het veel gehoorde weerwoord van de senatoren. Op zulke momenten vergelijkt de senaat zich graag met een soort rechterlijk orgaan. Een laatste borg van rechtsstatelijke waarden en Grondwettelijke regels. Die parallel klopt van geen kanten: de senaat is een volksvertegenwoordiging, geen rechter of onafhankelijke toezichthouder. Rechters en toezichthouders worden bij besluiten geleid door het recht, de Eerste Kamer door politieke overwegingen. Al ontkennen senatoren het in alle toonaarden, de Eerste Kamer werkt langs politieke lijnen. Senatoren houden zich al jarenlang aan het regeerakkoord. De marsorders van hun politieke partijen en Tweede Kamerfracties worden keurig gevolgd, ondanks alle theaterstukjes waarin dat wordt ontkend. Senatoren zijn verlengstukken van hun partij die zich vooral door politiek opportunisme laten leiden.

We moeten het met Thorbecke hardop durven zeggen: de Eerst Kamer heeft, meer nog dan in de 19de eeuw, geen enkele toegevoegde waarde en heeft op de keper beschouwd alleen maar grote nadelen. Senatoren vertragen op onduidelijke titel de besluitvorming en ze voeden het wantrouwen dat burgers hebben in politiek. Want wie of wat vertegenwoordigt de Eerste Kamer? Je kunt de leden niet kiezen bij de Provinciale Statenverkiezingen van maart 2019, dat doen gevestigde politieke partijen zelf. Die stellen een voorgekookte lijst met senatoren op: daarop heeft een kiezer geen invloed. En zo’n in wezen ongekozen club kan vervolgens elk plan of wetsvoorstel vanuit de senaat torpederen met een veto.

Noordrem of chantagemiddel
Daar komt nog bij dat de samenstelling van de Eerste Kamer zwaar uit het lood hangt. Een "old boys network" waarvan meer dan 80 procent hoger opgeleid is, meestal universitair, vol met professoren en gedoctoreerde leden. Eerste Kamerleden zijn, als je naar hun netwerken en achtergronden kijkt, vooral verbindende schakels tussen belangengroepen en politieke partijen. Je zou je kunnen afvragen waarom die ook nog een extra, nauwelijks democratisch onderbouwde voorpost in ons bestel verdienen.

Zelfs met de voorstellen die de commissie-Remkes doet, is de Eerste Kamer in deze vorm niet houdbaar. De Eerste Kamer is een relict, met onfrisse herinneringen aan een standenstaat. Eentje die niets meer toevoegt; een verdubbeling van de Tweede Kamer die om de verkeerde redenen af en toe kan worden misbruikt als noodrem of chantagemiddel om datgene wat niet-representatieve partijen- of belangenkongsi’s niet willen, tegen te houden of juist door te drijven. Een strategie waaraan Tweede Kamerfracties zich, met de Eerste Kamerverkiezingen in aantocht, nu al schuldig maken.

Weg ermee dus, zoals Thorbecke al voorhield. Al is dat schier onmogelijk. Want de Eerste Kamer zou dan met de eigen opheffing in moeten stemmen. Dat is de reden waarom Thorbecke niet verder kwam en waarom ook de staatscommissie-Remkes waarschijnlijk niet tornt aan de positie van de senaat. Gedeeltelijk te begrijpen, maar landen als Noorwegen en IJsland is het de laatste jaren wel gelukt om komaf te maken met een al even stokoude, niet functionele senaat. In Noorwegen zijn ze ertoe over gegaan de senaat en de gekozen Kamer meer gezamenlijk te laten vergaderen. Dat kan in Nederland ook – onze Grondwet staat verenigde vergaderingen en gezamenlijke zittingen toe. In Noorwegen bleek dat een goed vehikel om snel tot een betere situatie te komen: één Kamer die alle Noren op een evenwichtige manier vertegenwoordigt. Ook ons parlement hoort het "gehele Nederlandse volk" te vertegenwoordigen, zoals onze oudste grondwetsbepaling (art. 50) voorschrijft. Dat gebeurt nu niet. Want onze Eerste Kamer, die vertegenwoordigt vooral zichzelf.

Prof. Wim Voermans
in NRC
Tijd voor maken pagina: 0.176 seconden