Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief

De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon.
V)

In dit verdrag gaat het er dus absoluut niet om een menselijk en waarlijk solidair systeem te garanderen, hetgeen u al had begrepen bij het analyseren van hoe de term "toegang" is gebruikt in artikel II-94. De verontrusting is dus volkomen terecht.
Dit verdrag zal noodgedwongen, vroeg of laat, tot erbarmelijke sociale omstandigheden leiden.


  • Onder de titel "Het verbod van kinderarbeid en de bescherming van jongeren op het werk" wordt in werkelijkheid het recht gegeven kinderen van 13 jaar en ouder te werk te stellen; en onder bepaalde voorwaarden ook jongere kinderen, dankzij een spel met woorden en aangehechte bepalingen dat zowel vernuftig als sluw is.

Het artikel stelt: "de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces mag niet lager zijn dan de leeftijd waarop de leerplicht ophoudt." Maar in de dienstenrichtlijn 94/33 wordt bepaald (vertaald uit het Frans, geen officiële vertaling): "Lidstaten mogen, wettelijk of reglementair, de voorziening treffen dat kinderarbeid niet verboden is:
a) voor kinderen die activiteiten uitoefenen waar op gedoeld wordt in artikel 5 [zgn. "culturele" activiteiten];
b) voor kinderen van minstens 14 jaar die werken binnen het kader van een opleiding of stage, voor zover die arbeid geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden die door de gezaghebbende autoriteit zijn gesteld.
c) voor kinderen van minstens 14 jaar die lichte arbeid verrichten waar niet op gedoeld wordt door artikel 5; lichte arbeid dat niet valt onder artikel 5 mag desalniettemin worden uitgevoerd door kinderen van tenminste 13 jaar, beperkt tot een maximaal aantal uren per week en voor bepaalde soorten arbeid, zoals bepaald door nationale wetten."

M.a.w.: het tewerkstellen van kinderen van minder dan 13 jaar oud zal worden toegestaan, als het om "culturele" activiteiten gaat, en het zal worden toegestaan voor kinderen van minstens 13 jaar, als het gebeurt binnen het kader van een "opleiding". Uiteraad wordt noch door het verdrag, noch door deze dienstenrichtlijn bepaald aan wat voor normen en kwaliteitseisen dergelijke "culturele" activiteiten en "opleidingen" moeten voldoen.

In ieder geval zal het worden toegestaan om kinderen van 14 jaar en ouder full-time te doen werken, aangezien dat de leeftijd is waarop "de leerplicht ophoudt". Op het ogenblik gelden de volgende minimumleeftijden om te mogen werken: in Nederland 16 jaar (13 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, met een maximum van 2 uur per dag en 12 uur per week), in België 18 jaar (15 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, met een maximum van 20-22 uur per week), en in Frankrijk 18 jaar (14 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, enkel in vakanties van minstens 14 dagen, en 16 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden).

  • Artikel II-74, "Het recht op onderwijs" stelt: "Eenieder heeft recht op onderwijs en op toegang tot beroepsopleiding en bijscholing." Hier schuilt er mogelijk een probleem in het woord "onderwijs", dat in de Engelse en Franse versies van de grondwet wordt vertaald met het woord "education", wat ook staat voor "opvoeding", en de mogelijkheid geeft een en ander op een manier op te vatten die veel verder gaat dan het kader van schoolonderwijs en het bijv. mogelijk kan maken ouders verantwoordelijk te stellen voor delinquent gedrag van hun kinderen, dientengevolge de ouders uit de ouderlijke macht te zetten en hun kinderen in willekeurige centra en opleidingen te plaatsen, een praktijk die we in bepaalde landen meer en meer zien toegepast worden en die wettelijk gesteund zal worden door artikel II-66 (zie hierboven) dat het mogelijk maakt kinderen in hechtenis te nemen om "toe te zien" op de opvoeding.


Artikel II-74 maakt het ook mogelijk om op willekeurige wijze te beslissen dat bepaalde onderwijsvormen niet als dusdanig gelden, hetgeen in eenzelfde soort praktijk kan resulteren, ondanks dat het artikel stelt dat ouders het recht hebben "om zich voor hun kinderen te verzekeren van het onderwijs en de opvoeding die overeenstemmen met hun godsdienstige, hun levensbeschouwelijke en hun opvoedkundige overtuiging".

  • Kort samengevat, zonder op een overvloed van details in te gaan: het verdrag zal aan grote bedrijven alle middelen geven om vrijwel ongehinderd door sociale wetgeving hun gang te gaan, en beperkt zich op sociaal gebied voornamelijk tot het vermijden van bepaalde excessen die zouden kunnen ontstaan van de kant van bedrijven, wellicht vooral met de bedoeling wantoestanden te vermijden die zouden kunnen ontstaan vanwege een massale volksopstand (alhoewel...). Ook al wordt de schijn gewekt dat bepaalde artikelen vaststellen dat bedrijven op sociaal gebied bepaalde verplichtingen zullen hebben (zoals het aannemen en ontslaan van werknemers op een billijke manier, werkomstandigheden die rechtvaardig en veilig zijn, enz...), in werkelijkheid wordt aan de bedrijven alle middelen gegeven om die te omzeilen dankzij dienstenrichtlijnen zoals 98/59, 94/45 et 89/391, of de inmiddels beruchte en gevreesde "Bolkestein" dienstenrichtlijn (SEC (2004) 21). De "Bolkestein" dienstenrichtlijn, die in bepaalde landen grote ophef heeft veroorzaakt, is er een schrijnend en cynisch voorbeeld van, aangezien het in de oorspronkelijke vorm o.a. de mogelijkheid geeft mensen uit de ene lidstaat in een andere lidstaat te laten werken, waarbij dan echter volstaan kan worden met het volgen van de wetten van de oorspronkelijke lidstaat.
‘De "Bolkestein" dienstenrichtlijn, die in bepaalde landen grote ophef heeft veroorzaakt, is er een schrijnend en cynisch voorbeeld van, aangezien het in de oorspronkelijke vorm o.a. de mogelijkheid geeft mensen uit de ene lidstaat in een andere lidstaat te laten werken, waarbij dan echter volstaan kan worden met het volgen van de wetten van de oorspronkelijke lidstaat. ’
quote auteur

In de praktijk zal dit kunnen betekenen dat men in relatief rijke lidstaten arbeiders laat werken uit arme lidstaten, waar het minimumloon tot aan minder dan de helft kan zijn dan dat van rijke(re) lidstaten. Ook al is er toegezegd dat de richtlijn zal worden aangepast, hoofdzakelijk in een poging een afwijzing van het verdrag te vermijden bij diverse referenda zoals in Nederland en Frankrijk, toont de richtlijn duidelijk welke mentaliteit achter de Europese wetgeving steekt, aangezien ze niets meer doet dan heel nauwkeurig de principes ervan toe te passen, op een wijze die volkomen samenhangend is.
Geconcludeerd kan worden dat, ook al wordt de richtlijn gewijzigd (waar sterk aan getwijfeld mag worden), ze uiteindelijk toch weer opnieuw zal worden ingebracht op de een of andere wijze, aangezien het verdrag, in de huidige vorm, dat eist.

Een ander schrijnend voorbeeld is het feit dat dit verdrag bedrijven zal toestaan om werknemers veel langer te doen werken dan 48 uur per week, tot aan maar liefst 65 uur, en zelfs meer, ondanks dat artikel II-91 van het verdrag bepaalt: "Iedere werknemer heeft recht op een beperking van de maximumarbeidsduur." De list bestaat erin dat niet wordt vermeld wat die maximumarbeidsduur precies moet zijn! Dankzij de dienstenrichtlijn 93/104 uit 1993, is momenteel de maximumarbeidsduur vastgesteld op 48 uur per week. Maar de Engelsen hebben een uitzondering afgedongen, in de vorm van een "opt out", die toestaat dat Britse bedrijven van hun werknemers eisen dat ze hun recht op een maximumarbeidsduur opgeven en accepteren om langer dan 48 uur per week te werken. Ook al wordt gesteld dat deze keus volstrekt vrijwillig dient te zijn, is het niet moeilijk om voor te stellen wat de gevolgen zullen zijn tijdens periodes van grote werkeloosheid. Op het ogenblik wordt door de Europese Commissie gewerkt aan het veranderen van de richtlijn uit 1993, waarbij wordt geprofiteerd van het toetreden van 10 Centraal-Europese landen, om de "opt out" clausule algemeen
geldend te maken voor alle werknemers van de EU... De maximumarbeidsduur zal dan kunnen worden verhoogd tot 65 uur per week. [noot: op 11 mei 2005 werd door het Europese Parlement gestemd over een tekst die zou moeten leiden tot het verwijderen van de “opt out” mogelijkheid, maar dezelfde tekst stelt een versoepeling van het
berekenen van het gewerkt aantal uren in, waardoor uiteindelijk nu in ALLE lidstaten het mogelijk zal zijn mensen onredelijk lang te laten werken, want ook al wordt de tijdsduur per werkgever beperkt, het is nog altijd mogelijk voor iemand om meerdere werkgevers te hebben, en meer en meer mensen zullen zich gedwongen zien meerdere banen te hebben om rond te komen.
Overigens kan het resultaat van deze stemming alsnog worden teruggedraaid door de Europese Comissie en de Raad van ministers.