1. Skip to Menu
  2. Skip to Content
  3. Skip to Footer>

Over 'Lissabon'..:

  • Lissabon VIII Vergelijkingen Verdrag van Lissabon: vergelijkingen t.o.v. de oorspronkelijke Europese Grondwet - Hoofdinhoud
    Het Verdrag van Lissabon waarover de Europese regeringsleiders het in juni 2007 eens werden, komt op een groot aantal punten overeen met de Europese grondwet uit 2004.
    Er zijn echter ook belangrijke verschillen, waardoor het Verdrag van Lissabon zich volgens de Raad van State "kenmerkend onderscheidt van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa". Hieronder worden een aantal belangrijke verschillen en overeenkomsten op een rij gezet.

    1.Verschillen
    -Het Europese volkslied en de Europese vlag worden niet meer genoemd.
    -De taken van de Europese Commissie worden duidelijker afgebakend: publieke diensten
    (zoals volkshuisvesting, sociale  zekerheid en gezondheidszorg) vallen niet onder de interne markt. Lidstaten houden dus
    een ruime bevoegdheid op die terreinen.

    -Het Handvest van de Grondrechten is uit de tekst gehaald.
    Maar er is wel een verwijzingsregeling opgenomen naar het handvest, waardoor het juridisch bindend blijft (al kunnen landen ervoor kiezen niet mee te doen: de 'opt-out' - het Verenigd Koninkrijk en Polen willen dat).

    -Nationale parlementen krijgen een zogenaamde 'oranje kaart': als meer dan de helft van alle nationale parlementen vindt dat een voorstel van de Europese Commissie  in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel, dan moet de Commissie het voorstel heroverwegen en besluiten of zij het voorstel intrekt, aanpast of handhaaft.
    In dat laatste geval moet de Commissie duidelijk motiveren waarom zij vindt dat er geen strijd is met het subsidiariteits-beginsel. Zet de Commissie dan alsnog door, dan kan de Raad van Ministers met 55% van de stemmen, of een meerderheid in het Europees Parlement i, besluiten het voorstel niet te behandelen.

    -Er komt geen Europese minister voor Buitenlandse Zaken (zoals voorgesteld in de grondwet).
    Wel blijft de Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB) bestaan; deze gaat echter niet alleen deel uitmaken van de Raad van Ministers, maar ook van de Europese Commissie,

    -De bepaling uit de Europese Grondwet dat Europese regelgeving voorgaat boven nationale wetgeving, is vervallen.
    De jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie dat Europees recht voorrang heeft boven nationaal recht blijft onaangetast.

    -Er wordt nu (in een voetnoot van het Verdrag van Lissabon) verwezen naar de ' Criteria van Kopenhagen ', essentiële zaken waar kandidaat-lidstaten aan moeten voldoen. Dit was een verzoek van Nederland om de drempel voor nieuwe lidstaten te verhogen.

    -Er komt een speciale solidariteitsclausule die stelt dat de EU-lidstaten elkaar helpen bij energiecrises
    ‘Het Europees Parlement heeft medebeslissingsrecht gekregen over de landbouwuitgaven de grootste uitgavenpost van de EU, structuurfondsen, handelsbeleid en deels voor justitie, migratie en politiezaken. Dat wil zeggen dat het ook op die terreinen net zoveel inspraak krijgt als de Raad van Ministers en voorstellen kan blokkeren. Het parlement wordt daardoor mede-wetgever.’
    quote auteur
    -De huidige rechtsinstrumenten blijven bestaan: richtlijnen, verordeningen, beschikkingen etc. De Europese grondwet stelde voor deze te vervangen door Europese wetten en kaderwetten.

    -De doelstelling uit de Grondwet om tot een volledig vrije markt te komen waarin geen ruimte meer is voor protectionisme van nationale industrie, is geschrapt. Het tegengaan van concurrentievervalsing als doel van de Europese Unie is verhuisd van het verdrag zelf naar een protocol.

    2.Gelijk gebleven
    De volgende voorstellen maakten al deel uit van de Europese Grondwet, en zijn overgenomen in het Verdrag van Lissabon. Let wel: in deze gevallen is wel sprake van een wijziging ten opzichte van de huidige situatie.

    -Nationale parlementen krijgen een zogenaamde 'gele kaart': als 1/3 van de parlementen vindt  dat iets beter nationaal dan Europees kan worden geregeld, moet de Commissie haar  voorstellen opnieuw bekijken, eventueel aanpassen en duidelijk maken waarom een voorstel nodig is.

    -Het Europees Parlement heeft medebeslissingsrecht gekregen over de landbouwuitgaven de grootste uitgavenpost van de EU, structuurfondsen, handelsbeleid en deels voor justitie, migratie en politiezaken.
    Dat wil zeggen dat het ook op die terreinen net zoveel inspraak krijgt als de Raad van Ministers en voorstellen kan blokkeren. Het parlement wordt daardoor mede-wetgever.

    -De Europese Commissie  wordt kleiner: zo groot als 2/3 van aantal lidstaten, dat wil zeggen nog maar 18 in plaats van 27 eurocommissarissen. Landen krijgen per toerbeurt een eurocommissaris. Dit zou in 2014 moeten ingaan maar in het Verdrag van Lissabon staat dat dat misschien verder wordt uitgesteld.

    -Nu wordt er in de Raad van Ministers gestemd met gewogen stemmen (elk land heeft een aantal punten, een minimum aantal punten is nodig om een voorstel goed te keuren).
    Dat wordt veranderd; als 55% van de lidstaten (ten minste 15) die 65% van de Europese bevolking vertegenwoordigen vóór stemmen, is het besluit aangenomen. Dat betekent dat het makkelijker wordt om voorstellen goedgekeurd te krijgen. Deze nieuwe regeling geldt pas vanaf 1 november 2014 (dit is overigens de hoofdregel; er zijn uitzonderingen)
    -De Europese Raad (de regeringsleiders) krijgt een vaste voorzitter met een zittingsduur van 2,5 jaar. (Nu rouleert het voorzitterschap elk half jaar.

    -Een miljoen burgers uit de EU kunnen de Europese Commissie vragen een voorstel te maken  over een bepaald onderwerp.

    -Het veto op het gebied van asiel- en migratiebeleid en justitiële samenwerking vervalt: één land kan dan niet langer een besluit blokkeren. Nederland dus ook niet. Het Europees  Parlement en de Europese Commissie mogen op deze terreinen ook gaan meebeslissen.
    Voor defensiebeleid, buitenlands beleid, en het vaststellen van de begroting blijft het veto bestaan.

    -Er is uitdrukkelijk opgenomen dat lidstaten uit de EU mogen stappen.

    -

    {jpageviews 00 right}




  • Lissabon VII Samenvatting De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon..

    VII)

    We zullen ons moeten afvragen hoe het toch mogelijk is dat er zoveel steun is voor dit verdrag, van de meerderheid van de politici, zowel links als rechts, uit alle lidstaten, onder het motto dat dit verdrag een nieuw tijdperk van algemene welvaart zal inluiden. Dáár zal niets van terechtkomen! Met name dankzij het feit dat de belangen van de burger worden verpletterd onder die van de grote bedrijven (vooral de "multinationals").

    Uiteraard mogen we ook de "politiek correcte" censuur van de meeste media "bedanken" voor het merendeels onderbelicht blijven van de schaduwzijden van dit verdrag.
    Dat nodigt ons uit om na te denken over de vraag: in hoeverre verdedigen en vertegenwoordigen zij een democratisch systeem?

    Maar wellicht moeten we in de eerste plaats nadenken over de vraag of we op Europees niveau werkelijk een grondwet wensen die verder gaat dan een eenvoudige regeling m.b.t. het beroemde "vrije verkeer van goederen en personen" (d.w.z.toegestaan en niet belast) tussen lidstaten, en een eenvoudige verklaring m.b.t. internationale solidariteit. En als het antwoord op die vraag "ja" is, dan moeten we ons afvragen hoe een Europese regering en grondwet te organiseren die waarlijk rechtvaardig zijn voor allen, in plaats van aan de grote bedrijven middelen en voorzieningen te geven die van het volk zijn (zoals gebeurt dankzij talloze gedwongen privatiseringen) en gedwongen te zijn om beroep te doen op particuliere bedrijven voor het bieden van sociale diensten (namens de "vrije" markt),en i.p.v. -voor alles- de  verworvenheden van een volk te vernielen, dat er zo lang over heeft gedaan die te bereiken...

    Er zijn beslist ook enkele positieve zaken te vinden in dit grondwetverdrag, maar jammer genoeg dienen die in de meeste gevallen vooral om de hoofdzaak te camoufleren: het feit dat dit verdrag een dictatuur van de grote bedrijven en het grote kapitaal mogelijk maakt en dat, ook al wordt dit verdrag door menigeen "liberaal" genoemd, het zwaar de draak steekt met de rechten en vrijheden van de individuele burger.

    In een toespraak op 9 november 2010 verklaarde de kampioen handen schudden Van Rompuy dat het tijdperk van onafhankelijke landen voorbij is en noemde Eurosceptici een gevaar voor de vrede. “Het idee dat landen nog op zichzelf kunnen staan is een leugen” aldus de Belg die een groot voorstander is van een Europese superstaat en de vloer aanveegt met iedereen die hier sceptisch tegenover staat. Hij zegt dat in de ogen van Brussel het idee van een nationale staat binnen de grenzen van Europa geen bestaansrecht meer heeft. Van Rompuy deed zijn omstreden
    uitlatingen in het kader van de 21e verjaardag van de val van de Berlijnse muur.
    “Wij moeten samen strijden tegen het gevaar van het nieuwe Euroscepticisme”.Hij vergeleek de kritiek op Europa met angst dat op haar beurt zou kunnen leiden tot egoïsme, nationalisme en uiteindelijk oorlog. Mocht het in Europa inderdaad tot oorlog komen, dan moeten de daders in Brussel gezocht worden en niet onder de critici van deze kliek.


    (compilatie samengesteld uit vele publicatie's op het internet)
  • Lissabon VI De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon..

    VI)

    Tot besluit wordt opgemerkt dat deze problematiek enkel bestaat dankzij de abominabele wetgeving op dit gebied.
    Een wettelijk vastgestelde maximale tijdsduur zou niet werkelijk nodig hoeven te zijn. Als er eenvoudigweg een universeel Europees wettelijk minimumloon zou worden vastgesteld (hetgeen door het verdrag expliciet onmogelijk wordt gemaakt, zie bovenstaande paragraaf) en men zou bepalen dat hoe meer uren men werkt dan de basis van 35 (of 40) uur, hoe hoger het salaris per uur wordt (dat dan gaandeweg substantieel toeneemt), dan zou dat terstond op uiterst doelmatige wijze het uitbuiten door bedrijven van misdeelde bevolkingsgroepen tegengaan, terwijl het ook nog eens de werkgelegenheid zou bevorderen...!

    • Uit naam van "de vrede en de internationale veiligheid" maakt dit verdrag het mogelijk om maatregelen op te leggen op elk gebied, politiek, wettelijk, of sociaal, zonder dat daarbij een plaats is gegeven aan de rechten van burgers, of democratische procedures in het algemeen. Zonder in te gaan op de details van één en ander,zij verwezen  naar deel III, en in het bijzonder naar de artikelen III-131, III-258, III-261,
    III-278, III-292, III-293, III-294, III-295.

    • Onder het voorwendsel van "consumentenbescherming", zie de artikelen III-235 en III-278 (4), zal men een beleid kunnen opleggen dat personen zal verbieden zelf geheel vrijuit te kiezen om bepaalde alternatieve medische behandelingen te volgen, of legaal bepaalde voedingssupplementen (vitaminen, enzymen, mineralen, kruiden, e.d.) aan te schaffen, zelfs als het nut en de werking van die behandelwijzen en voedingssupplementen in de praktijk al ruim gebleken is.
    Indien zulks niet is "bewezen" volgens quasi-wetenschappelijke normen die vastgesteld zijn in diverse dienstenrichtlijnen, dan zal er een verbod op gelden (zoals wordt bepaald in de dienstenrichtlijn 2002/46/EC, dat recentelijk "ongeldig" is verklaard door de Advocaat-generaal van het Europese hof van justitie, hetgeen echter absoluut geen bindende beslissing is), hetgeen met name de grote farmaceutische bedrijven begunstigt, ten koste van kleine ondernemingen en gezondheid van de Europese burgers.
    Het zij opgemerkt dat, i.p.v. vast te stellen dat burgers de mogelijkheid wordt geboden alle beschikbare noodzakelijke informatie over dergelijk behandelmethoden en voedingssupplementen te vinden, de Europese regering verkiest als censor op te treden.
    Wat is er geworden van de bekende garantie op "vrij verkeer van diensten en goederen"...?

    Ze bestaat, vast, maar ook nu weer: niet voor iedereen...

    Daarentegen, in plaats van burgers en het milieu te beschermen tegen de gevolgen van (het merendeel van de) genetisch gemodificeerde organismen, die beslist vernietigend en ziekmakend zullen zijn, zal het verdrag bedrijven die dergelijke organismen verkopen vrij spel geven, dankzij het feit dat dit verdrag zodanig is opgesteld dat het willekeurige toepassingen mogelijk maakt van principes die in beginsel al slecht gedefinieerd zijn...
    ‘Wat is er geworden van de bekende garantie op "vrij verkeer van diensten en goederen"...? ’
    quote auteur

    • Ter besluit, een laatste voorbeeld. In artikel II-70, met de titel "De vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst", wordt bepaald: "Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst en overtuiging te veranderen en de vrijheid, hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé, zijn godsdienst te belijden of zijn overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in de praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften."

    Echter, artikel I-52, met de titel "De status van kerken en van niet-confessionele organisaties" bepaalt: "De Unie voert een open, transparante en regelmatige dialoog met die kerken en organisaties [die nationaal erkend zijn], onder erkenning van hun identiteit en hun specifieke bijdrage."

    Het gevolg van deze bewoording is, dat dankzij dit verdrag religieuze organisaties het recht krijgen dat men rekening houdt met hun standpunt (het recht/de vrijheid "zijn godsdienst te belijden", zowel "openbaar als privé", en het recht op het voeren van een "dialoog").

    Dit betekent in essentie niets meer en niets minder dan het EINDE VAN DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT, aangezien het artikel op geen enkele wijze beperkingen vaststelt met betrekking tot die "dialoog".
    Moeten wij in deze artikelen de voorbereidingen zien voor een nieuwe wereldreligie en een religieuze totalitaire wereldregering die wereldwijd haar religieuze en filosofische overtuigingen zal kunnen opleggen?
    ‘Dit betekent in essentie niets meer en niets minder dan het EINDE VAN DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT, aangezien het artikel op geen enkele wijze beperkingen vaststelt met betrekking tot die "dialoog". ’
    quote auteur

    Want ook al garandeert artikel II-70 de "vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst", en bepaalt artikel I-52 dat de "status van kerken en van niet-confessionele organisaties" zal worden gerespecteerd, men kan niet in alle gevallen alle partijen tegelijk van dienst zijn, en er zal dus altijd een religieuze of filosofische groepering zijn die talrijker of beter geïntegreerd is dan alle anderen. Het gevolg daarvan zal zijn dat de opvattingen van die groepering het overheidsbeleid zullen overheersen.

    Op dezelfde wijze heeft men inmiddels in bepaalde landen (zoals Frankrijk en onlangs ook in Hongarije (zie een topic daarover van de redactie van Tref.eu)) wetten aangenomen die erop gericht zijn de activiteiten te verbieden van bepaalde groeperingen die over het algemeen op volkomen willekeurige wijze het etiket "sekte" opgeplakt krijgen, terwijl deze benaming angstvallig wordt vermeden voor gevestigde religies zoals het Christendom, het Judaïsme, en de Islam,en die onderwijl elke groepering die alternatieve filosofieën (religieus of atheïstisch) in de praktijk brengt, in hun bestaan bedreigen.

    Al met al doen deze artikelen niets minder dan vast te stellen dat, als het om vrijheid van denken, geloof en leefwijze gaat, het "recht van de sterkste" geldt.
    Ook al geldt voor ieder mens dat deze een filosofie of religie toepast of belijdt, kan het niet worden toegelaten dat een wetgeving en de toepassing ervan op exclusieve wijze beïnvloed worden door dergelijke stromingen. Wetten en de toepassing ervan dienen dusdanig op objectieve wijze rechtvaardig te zijn dat een dergelijke invloed slechts overbodig zou zijn...

    {jpageviews 00 right}




  • Lissabon V De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon.
    V)

    In dit verdrag gaat het er dus absoluut niet om een menselijk en waarlijk solidair systeem te garanderen, hetgeen u al had begrepen bij het analyseren van hoe de term "toegang" is gebruikt in artikel II-94. De verontrusting is dus volkomen terecht.
    Dit verdrag zal noodgedwongen, vroeg of laat, tot erbarmelijke sociale omstandigheden leiden.

    • Onder de titel "Het verbod van kinderarbeid en de bescherming van jongeren op het werk" wordt in werkelijkheid het recht gegeven kinderen van 13 jaar en ouder te werk te stellen; en onder bepaalde voorwaarden ook jongere kinderen, dankzij een spel met woorden en aangehechte bepalingen dat zowel vernuftig als sluw is.
    Het artikel stelt: "de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces mag niet lager zijn dan de leeftijd waarop de leerplicht ophoudt." Maar in de dienstenrichtlijn 94/33 wordt bepaald (vertaald uit het Frans, geen officiële vertaling): "Lidstaten mogen, wettelijk of reglementair, de voorziening treffen dat kinderarbeid niet verboden is:
    a) voor kinderen die activiteiten uitoefenen waar op gedoeld wordt in artikel 5 [zgn. "culturele" activiteiten];
    b) voor kinderen van minstens 14 jaar die werken binnen het kader van een opleiding of stage, voor zover die arbeid geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden die door de gezaghebbende autoriteit zijn gesteld.
    c) voor kinderen van minstens 14 jaar die lichte arbeid verrichten waar niet op gedoeld wordt door artikel 5; lichte arbeid dat niet valt onder artikel 5 mag desalniettemin worden uitgevoerd door kinderen van tenminste 13 jaar, beperkt tot een maximaal aantal uren per week en voor bepaalde soorten arbeid, zoals bepaald door nationale wetten."

    M.a.w.: het tewerkstellen van kinderen van minder dan 13 jaar oud zal worden toegestaan, als het om "culturele" activiteiten gaat, en het zal worden toegestaan voor kinderen van minstens 13 jaar, als het gebeurt binnen het kader van een "opleiding". Uiteraad wordt noch door het verdrag, noch door deze dienstenrichtlijn bepaald aan wat voor normen en kwaliteitseisen dergelijke "culturele" activiteiten en "opleidingen" moeten voldoen.

    In ieder geval zal het worden toegestaan om kinderen van 14 jaar en ouder full-time te doen werken, aangezien dat de leeftijd is waarop "de leerplicht ophoudt". Op het ogenblik gelden de volgende minimumleeftijden om te mogen werken: in Nederland 16 jaar (13 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, met een maximum van 2 uur per dag en 12 uur per week), in België 18 jaar (15 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, met een maximum van 20-22 uur per week), en in Frankrijk 18 jaar (14 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, enkel in vakanties van minstens 14 dagen, en 16 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden).

    • Artikel II-74, "Het recht op onderwijs" stelt: "Eenieder heeft recht op onderwijs en op toegang tot beroepsopleiding en bijscholing." Hier schuilt er mogelijk een probleem in het woord "onderwijs", dat in de Engelse en Franse versies van de grondwet wordt vertaald met het woord "education", wat ook staat voor "opvoeding", en de mogelijkheid geeft een en ander op een manier op te vatten die veel verder gaat dan het kader van schoolonderwijs en het bijv. mogelijk kan maken ouders verantwoordelijk te stellen voor delinquent gedrag van hun kinderen, dientengevolge de ouders uit de ouderlijke macht te zetten en hun kinderen in willekeurige centra en opleidingen te plaatsen, een praktijk die we in bepaalde landen meer en meer zien toegepast worden en die wettelijk gesteund zal worden door artikel II-66 (zie hierboven) dat het mogelijk maakt kinderen in hechtenis te nemen om "toe te zien" op de opvoeding.

    Artikel II-74 maakt het ook mogelijk om op willekeurige wijze te beslissen dat bepaalde onderwijsvormen niet als dusdanig gelden, hetgeen in eenzelfde soort praktijk kan resulteren, ondanks dat het artikel stelt dat ouders het recht hebben "om zich voor hun kinderen te verzekeren van het onderwijs en de opvoeding die overeenstemmen met hun godsdienstige, hun levensbeschouwelijke en hun opvoedkundige overtuiging".

    • Kort samengevat, zonder op een overvloed van details in te gaan: het verdrag zal aan grote bedrijven alle middelen geven om vrijwel ongehinderd door sociale wetgeving hun gang te gaan, en beperkt zich op sociaal gebied voornamelijk tot het vermijden van bepaalde excessen die zouden kunnen ontstaan van de kant van bedrijven, wellicht vooral met de bedoeling wantoestanden te vermijden die zouden kunnen ontstaan vanwege een massale volksopstand (alhoewel...). Ook al wordt de schijn gewekt dat bepaalde artikelen vaststellen dat bedrijven op sociaal gebied bepaalde verplichtingen zullen hebben (zoals het aannemen en ontslaan van werknemers op een billijke manier, werkomstandigheden die rechtvaardig en veilig zijn, enz...), in werkelijkheid wordt aan de bedrijven alle middelen gegeven om die te omzeilen dankzij dienstenrichtlijnen zoals 98/59, 94/45 et 89/391, of de inmiddels beruchte en gevreesde "Bolkestein" dienstenrichtlijn (SEC (2004) 21). De "Bolkestein" dienstenrichtlijn, die in bepaalde landen grote ophef heeft veroorzaakt, is er een schrijnend en cynisch voorbeeld van, aangezien het in de oorspronkelijke vorm o.a. de mogelijkheid geeft mensen uit de ene lidstaat in een andere lidstaat te laten werken, waarbij dan echter volstaan kan worden met het volgen van de wetten van de oorspronkelijke lidstaat.
    ‘De "Bolkestein" dienstenrichtlijn, die in bepaalde landen grote ophef heeft veroorzaakt, is er een schrijnend en cynisch voorbeeld van, aangezien het in de oorspronkelijke vorm o.a. de mogelijkheid geeft mensen uit de ene lidstaat in een andere lidstaat te laten werken, waarbij dan echter volstaan kan worden met het volgen van de wetten van de oorspronkelijke lidstaat. ’
    quote auteur
    In de praktijk zal dit kunnen betekenen dat men in relatief rijke lidstaten arbeiders laat werken uit arme lidstaten, waar het minimumloon tot aan minder dan de helft kan zijn dan dat van rijke(re) lidstaten. Ook al is er toegezegd dat de richtlijn zal worden aangepast, hoofdzakelijk in een poging een afwijzing van het verdrag te vermijden bij diverse referenda zoals in Nederland en Frankrijk, toont de richtlijn duidelijk welke mentaliteit achter de Europese wetgeving steekt, aangezien ze niets meer doet dan heel nauwkeurig de principes ervan toe te passen, op een wijze die volkomen samenhangend is.
    Geconcludeerd kan worden dat, ook al wordt de richtlijn gewijzigd (waar sterk aan getwijfeld mag worden), ze uiteindelijk toch weer opnieuw zal worden ingebracht op de een of andere wijze, aangezien het verdrag, in de huidige vorm, dat eist.

    Een ander schrijnend voorbeeld is het feit dat dit verdrag bedrijven zal toestaan om werknemers veel langer te doen werken dan 48 uur per week, tot aan maar liefst 65 uur, en zelfs meer, ondanks dat artikel II-91 van het verdrag bepaalt: "Iedere werknemer heeft recht op een beperking van de maximumarbeidsduur." De list bestaat erin dat niet wordt vermeld wat die maximumarbeidsduur precies moet zijn! Dankzij de dienstenrichtlijn 93/104 uit 1993, is momenteel de maximumarbeidsduur vastgesteld op 48 uur per week. Maar de Engelsen hebben een uitzondering afgedongen, in de vorm van een "opt out", die toestaat dat Britse bedrijven van hun werknemers eisen dat ze hun recht op een maximumarbeidsduur opgeven en accepteren om langer dan 48 uur per week te werken. Ook al wordt gesteld dat deze keus volstrekt vrijwillig dient te zijn, is het niet moeilijk om voor te stellen wat de gevolgen zullen zijn tijdens periodes van grote werkeloosheid. Op het ogenblik wordt door de Europese Commissie gewerkt aan het veranderen van de richtlijn uit 1993, waarbij wordt geprofiteerd van het toetreden van 10 Centraal-Europese landen, om de "opt out" clausule algemeen
    geldend te maken voor alle werknemers van de EU... De maximumarbeidsduur zal dan kunnen worden verhoogd tot 65 uur per week. [noot: op 11 mei 2005 werd door het Europese Parlement gestemd over een tekst die zou moeten leiden tot het verwijderen van de “opt out” mogelijkheid, maar dezelfde tekst stelt een versoepeling van het
    berekenen van het gewerkt aantal uren in, waardoor uiteindelijk nu in ALLE lidstaten het mogelijk zal zijn mensen onredelijk lang te laten werken, want ook al wordt de tijdsduur per werkgever beperkt, het is nog altijd mogelijk voor iemand om meerdere werkgevers te hebben, en meer en meer mensen zullen zich gedwongen zien meerdere banen te hebben om rond te komen.
    Overigens kan het resultaat van deze stemming alsnog worden teruggedraaid door de Europese Comissie en de Raad van ministers.



    {jpageviews 00 right}




  • Lissabon IV De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon.
    IV

    • 3/4e van de tekst van het verdrag bestaat uit de 321 artikelen van Deel III (van in totaal 448 artikelen) die hoofdzakelijk handelen over de politieke en economische praktijk in de EU (de titel van het 3e deel is "Beleid en Werking van de Unie", waarmee op handige wijze het woord "economie" wordt vermeden). Normaliter heeft politiek, in z'n algemeen, niets te zoeken in een constitutie. Van een constitutie wordt verwacht dat ze zo is verwoord dat er verschillende soorten politiek mee kan gevoerd worden, bijvoorbeeld een "linkse", "rechtse", of "ecologische" politiek. Zonder op de relevantie van deze begrippen in te gaan, het is een feit dat het voorgestelde verdrag dergelijke varianten onmogelijk maakt, aangezien het enkel een zgn. "liberale" politiek toelaat, op een wijze die in het bijzonder de grote bedrijven en grote vermogens bevoorrecht. In plaats van te spelen met woorden en te spreken van een "grondwet", zou het juister zijn om te spreken van een "politiek contract", of eenvoudigweg "contract", gezien de vele regels die het geeft op het gebied van de economie, waarbij opmerkelijk veel macht wordt  weggegeven aan de grote bedrijven. Naast de voorbeelden die hieronder worden belicht, zal ik hier slechts het voorbeeld van artikel III-181 noemen, dat de centrale banken van lidstaten verbiedt "voorschotten in rekening-courant of andere kredietfaciliteiten te verlenen aan instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten, of rechtstreeks van hen schuldbewijzen te kopen." M.a.w.: deze "grondwet" verplicht de regeringen van de lidstaten enkel leningen af te sluiten bij particuliere banken, uiteraard tegen woekerprijzen die betaald zullen worden door de burgers...
    • Dit verdrag zal middels artikel III-210, nummer 2, paragraaf b, expliciet verbieden dat de sociale wetgevingen van de onderlinge lidstaten op elkaar worden afgestemd (zoals bv. zou kunnen gebeuren voor een Europees wettelijk minimumloon) door te stellen dat in de Europese kaderwetten "wordt vermeden zodanige administratieve, financiële en juridische verplichtingen op te leggen, dat de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen daardoor zou kunnen worden belemmerd." In wezen zal het resultaat van artikel II-209 zijn dat het minimumloon steeds lager zal worden (relatiefgezien, dan).
    • Wat veel mensen terecht grote zorgen baart, is dat dit verdrag het socialezekerheidsstelsel ernstig kan aantasten (sociale diensten, werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, kinderbijstand, etc...). Vele prominente politici die voorstanders zijn van het verdrag proberen via de media keer op keer te doen geloven dat het verdrag het recht op sociale bijstand erkent en vaststelt.
    Laten we eens kijken wat artikel II-94, met de titel "Sociale zekerheid en sociale bijstand" erover zegt: "1. De Unie erkent en eerbiedigt onder de door het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden het recht op toegang tot socialezekerheidsvoorzieningen en sociale diensten [...]" en "2. Eenieder die legaal in de Unie verblijft en zich daar legaal verplaatst, heeft recht op socialezekerheidsvoorzieningen en sociale voordelen overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken."
    ‘In plaats van te spelen met woorden en te spreken van een "grondwet", zou het juister zijn om te spreken van een "politiek contract", of eenvoudigweg "contract", gezien de vele regels die het geeft op het gebied van de economie, waarbij opmerkelijk veel macht wordt weggegeven aan de grote bedrijven. ’
    quote auteur

    In feite wordt in dit artikel dankzij het spelen met woorden slechts de indruk gewekt dat er een recht op sociale bijstand wordt vastgesteld. Maar uiteindelijk is alles dat wordt vastgesteld het feit dat er wordt erkend dat er reeds een sociale wetgeving en praktijk bestaat in diverse lidstaten, en dat die zal worden gerespecteerd, maar dan onder de voorwaarden van het Europese recht. En dat recht, net als de rest van het voorgestelde grondwetverdrag, geeft voorrang aan economische belangen, zoals bijv. ook nog eens wordt aangegeven in artikel III-209, waar wordt gesteld dat bij het
    bepalen van het sociaal beleid rekening dient worden gehouden "met de noodzaak het concurrentievermogen van de economie van de Unie te handhaven", hetgeen op zichzelf niet per se een slechte zaak is, tenzij men met de term "concurrentievermogen" doelt op "winstbejag" in plaats van een "stabiele en sterke situatie". Helaas weten we uit
    de praktijk dat een dergelijke richtlijn wel degelijk op winstbejag uitdraait en stelt dit verdrag absoluut niet vast wat de minimumkwaliteitsnormen dienen te zijn voor een sociaal beleid dat de schade die aldus kan worden aangericht, vermijdt.

    In werkelijkheid vrijwaart de EU zich middels dit artikel van enige verplichtingen op het gebied van sociale hulp, ook al suggereren de paragrafen 2 en 3 anders. En dienovereenkomstig heeft het presidium van de Europese Conventie dan ook bepaald dat het artikel enkel verwijst naar reeds bestaande sociale diensten en dat er geen enkele verplichting is om dergelijke diensten te scheppen... Hier kunnen we aan toevoegen dat het artikel ook niet bepaalt dat die diensten dienen te worden gehandhaafd en dat andere artikelen van het verdrag en overige EU-wetten bepalen dat openbare-/overheidsdiensten geprivatiseerd dienen te worden, met alle gevolgen die dit zal hebben voor de kwaliteit
    van die diensten, en het aanbod ervan.


    {jpageviews 00 right}




  • Lissabon III De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon.
    III)
    Omgekeerd zijn er diverse gevallen waarbij in een artikel gesproken wordt over een "recht", maar waar het in de praktijk erom gaat vrijheden weg te nemen bij de individuele persoon. Dit is bijvoorbeeld het geval voor artikel II-62, "Het recht op leven", dat het mogelijk zal maken abortus te verbieden, en waarbij dankzij een uitzondering die niet vermeld wordt in het artikel zelf (en die op allesbehalve eenvoudige wijze te vinden is in het allerlaatste deel van de tekst, de "Slotakte", Titel 1, Artikel 2, toelichting nummer 3), expliciet toestemming wordt gegeven de doodstraf toe te passen in "uitzonderlijke situaties" zoals in "tijd van oorlog", in tijd van "onmiddellijke oorlogsdreiging" (we zouden daarbij kunnen denken aan het liquideren van mensen waarvan vermoed wordt dat ze terroristen zijn, zoals de mensen die door de Amerikanen gevangen worden gehouden op Guantanamo Bay), en "teneinde in overeenstemming met de wet een oproer of opstand te onderdrukken", hetgeen betekent dat er expliciet toestemming wordt gegeven te schieten op een menigte demonstranten...
    Een ander voorbeeld van het wegnemen van vrijheden wordt gegeven door artikel II-66, "Het recht op vrijheid en  veiligheid", dat dankzij een addendum waarnaar in het artikel niet direct wordt gerefereerd (maar dat enkel wordt vermeld in diezelfde "Slotakte", bij Titel II, Artikel 6), het mogelijk zal maken talloze personen in hechtenis te zetten, zoals minderjarigen, teneinde "toe te zien op [hun] opvoeding", personen die niet accepteren te worden gevaccineerd door een product dat zij ondoeltreffend en gevaarlijk achten (zelfs als deze beoordeling perfect gefundeerd is, doch niet geaccepteerd door een conventionele wetenschap die zwaar gecorrumpeerd is door de farmaceutische industrie), personen die men "geestesziek" acht (hetgeen in veruit de meeste gevallen gebaseerd zal zijn op volstrekt willekeurige en wetenschappelijk ongefundeerde principes), personen die alcoholist zijn of verslaafd aan "verdovende middelen", en zelfs landlopers, die er uiteraard meer en meer zullen zijn dankzij het steeds harder wordende economische klimaat dat het resultaat zal zijn van dit verdrag. Voeg daaraan toe dat het zal zijn toegestaan om gevangenen te doen werken zonder geldelijke compensatie, d.w.z. als slaven (zie het addendum
    bij artikel II-65, te weten Slotakte, Titel I, Artikel 5) en we hebben een waarlijk "Goelag nachtmerrie" scenario...

    • Een essentieel probleem is het feit dat niet enkel bepaalde grondrechten op diverse manieren worden weggenomen, maar bijvoorbeeld ook het recht op een persoonlijke keus met betrekking tot persoonlijke omstandigheden, zoals de vrije keus om bepaalde producten te consumeren (of het nu om bepaalde voeding gaat, bepaalde gezondheidsproducten, of andere - zie ook paragraaf hieronder) of het recht bepaalde activiteiten te beoefenen (bv. het drukken van een eigen geldsoort).
    Had u het over "liberalisme"? Ja..., maar niet voor iedereen!

    • Een ander voorbeeld van een grondrecht dat dankzij dit verdrag wordt weggenomen, is dat van "De vrijheid van meningsuiting en van informatie", artikel II-71, dat op grondige wijze wordt tenietgedaan dankzij een addendum dat de goedkeuring had kunnen verdienen van een zekere J. Stalin, en waar in het artikel zelf niet direct naar verwezen wordt.
    Het bepaalt dat er uitzonderingen zullen mogen worden gemaakt "in het belang van de nationale veiligheid, [...] openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, [...] of om het gezag en de onpartijdigheid
    van de rechtelijke macht te waarborgen", echter zonder dat wordt beschreven wat precies aan deze criteria voldoet.Als we zien wat er sinds 11 september 2001 zoal gebeurd is in de VS, en kijken naar de wantoestanden, censuur en repressie m.b.t. meningen die afweken van die van de overheid, dan mogen we terecht ongerust zijn over de wijze waarop deze
    bepalingen zullen worden gebruikt.
    ‘Een ander voorbeeld van een grondrecht dat dankzij dit verdrag wordt weggenomen, is dat van "De vrijheid van meningsuiting en van informatie", artikel II-71, dat op grondige wijze wordt tenietgedaan dankzij een addendum dat de goedkeuring had kunnen verdienen van een zekere J. Stalin, en waar in het artikel zelf niet direct naar verwezen wordt. ’
    quote auteur
    Een grondwet die waarlijk democratisch is, beschermt tegen het ontstaan van een dictatuur; enerzijds dankzij het feit dat machten gescheiden zijn en anderzijds dankzij het toezicht op die machten, dat niet in de handen dient te zijn van diegenen die de machten uitoefenen.
    Het verdrag dat thans wordt voorgesteld, organiseert de zaken zodanig dat er een Parlement is zonder macht (het heeft enkel raadplegende functies en zeer beperkte mogelijkheden om rechtstreeks in te grijpen) dat het moet opnemen tegen uitvoerende machtsorganen die wèl alle macht en bevoegdheden hebben. Deze "grondwet" zal voor altijd bepalen dat alle macht in handen is van het koppel Raad van ministers / Europese Commissie. Op deze manier zullen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht dus allen in dezelfde handen zijn!  Zodoende zullen zij de exclusiviteit hebben m.b.t. het nemen van initiatieven voor het maken van wetten, maar zullen zij tevens zelf kunnen beslissen of die wetten naar behoren worden nageleefd, en desgewenst straffen opleggen.

    Het Parlement kan nooit een commissaris direct op zijn beleid en beslissingen aanspreken; het kan enkel de Commissie in één klap ontbinden, hetgeen het uitoefenen van druk m.b.t. individuele onderwerpen zwaar begrenst. Het Europees Parlement kan verder ook niet de Raad van ministers doen aftreden, waardoor dezen kunnen handelen zonder enige verantwoording af te hoeven leggen, op volstrekt onverantwoordelijke wijze,d.w.z.: zonder dat er sancties
    aan hen kunnen worden opgelegd.

    • Een grondwet die waarlijk democratisch is, dient te worden opgesteld door een onafhankelijke groep van volksvertegenwoordigers. Als de selectie van deze vertegenwoordigers en/of de verdeling van verantwoordelijkheden gecompromitteerd raakt vanwege manipulaties door diverse belanghebbenden, dan is het logisch gevolg dat het eindresultaat zwaar partijdig zal zijn. Dit is kennelijk wat is gebeurd met het huidig voorgestelde verdrag, dat duidelijk de voorkeur geeft aan de economie in plaats van aan het leven, en eerder totalitarisme bevordert in plaats van een eerlijke democratie en individuele vrijheid.
  • Lissabon II De Europese Grondwet verpakt als het 'Verdrag van Lissabon'.

    Laten we nu eens kijken naar enkele cruciale punten van het nieuwe Europese verdrag:
    (sommige mensen zouden enkele punten die aan bod komen enigszins vergezocht kunnen vinden, maar het is daarbij zaak te bedenken dat, of het nu om een wet of willekeurig contract gaat, elke keer wanneer een aspect slecht gedefinieerd is, dit kan leiden tot misbruik en wantoestanden)

    • Als het huidige voorgestelde verdrag wordt aangenomen, dan zal het aan de Europese bevolking opgelegd tot de dag dat het wordt ontbonden, waarschijnlijk d.m.v. geweld. De voornaamste reden daarvoor, is dat elke wijziging van het verdrag een absolute unanimiteit vereist van de lidstaten, iets dat hoogst onwaarschijnlijk is, of op zijn best een uitzondering zal zijn zoals voor het accepteren van het verdrag zou kunnen gebeuren).
    Er is geen enkel democratisch land in de wereld waar geëist wordt dat een grondwet enkel gewijzigd kan worden als er volstrekte unanimiteit is. Het is eerder gebruikelijk dat dergelijke wijzigingen kunnen worden gedaan met een
    meerderheid van 2/3 of 3/4. Dankzij de unanimiteitsregel probeert men dus het verdrag te doen accepteren als een soort "heilige", "eeuwige" en "perfecte" tekst, hetgeen toch bepaald niet het geval is, zoals we zullen zien...

    • De tekst van dit verdrag is opzettelijk geformuleerd op een manier die tot doel heeft te manipuleren, in de ruimste zin van het woord. Zo vinden we bijvoorbeeld in deel II, "Handvest van de Grondrechten", steevast voor elk artikel een titel die een grandioze rechtvaardigheid lijkt te beloven, maar deze wordt in de regel onmiddellijk in het tegendeel omgezet in de tekst van het artikel zelf of d.m.v. zgn."dienstenrichtlijnen" (in het Engels en Frans:
    "directives"), die teksten zijn waar het verdrag zelf nooit rechtstreeks naar refereert (deze dienstenrichtlijnen worden opgesteld onder het gezag van het presidium van de Europese Conventie, zoals bepaald in de Preambule van deel II en artikel II-112, punt 7, en zijn in de regel niet eens in het Nederlands te vinden, ook al vormen ze een essentieel onderdeel van de nieuwe wetgeving!). Het beoogde effect is om een oppervlakkige lezing van de
    tekst van het verdrag onmogelijk te maken, en erger: volstrekt misleidend. Bedenk dat men de bevolking heeft uitgenodigd om de tekst van het verdrag te lezen en voor dat doel publicaties ter beschikking stelt; echter zonder daarbij de cruciale rol van de dienstenrichtlijnen te vermelden, of de teksten ervan bij te voegen! Zelfs voor wie zich bewust is van de rol van die teksten, is het extreem lastig om op te zoeken of er bepaalde dienstenrichtlijnen zijn
    die op een artikel van toepassing zijn, en zo ja: wat er dan bepaald is.

    ‘Een belangrijk argument van de voorstanders van het verdrag is die van de "Europese solidariteit" Echter, in wezen ondermijnt dit verdrag elke wetgeving op het gebied van sociale solidariteit en dat van het sociale recht en arbeidsrecht, zoals die thans al bestaan in de landen van de EU. ’
    quote auteur

    Het is duidelijk dat het weglaten van tekst, op zichzelf, een list is die men opzettelijk heeft toegepast. Door in de hoofdtekst van het verdrag talloze belangrijke aspecten niet te bespreken, details weg te laten en geen verwijzingen te geven naar de dienstenrichtlijnen, heeft men de mogelijkheid gegeven voor misbruik en manipulatie, onderwijl de schijn ophoudend dat het om een rechtvaardige tekst gaat.

    Daarenboven wordt een terminologie gebruikt die vaak opzettelijk vaag is, waarbij menigmaal een zgn. "zacht" recht wordt toegepast, dat anders is dan zgn. "hard" recht. Een voorbeeld om dit te illustreren: "ik garandeer u dat ik u zal terugbetalen" is "hard" recht, terwijl "ik zal mijn best doen u terug te betalen" een voorbeeld van "zacht" recht is. Op dezelfde wijze belooft de tekst van het verdrag bepaalde "waarden" te bevorderen (zoals gelijkheid tussen man/vrouw, sociale solidariteit, enz...), maar niet dat die gegarandeerd worden.

    • Een belangrijk argument van de voorstanders van het verdrag is die van de "Europese solidariteit" Echter, in wezen ondermijnt dit verdrag elke wetgeving op het gebied van sociale solidariteit en dat van het sociale recht en arbeidsrecht, zoals die thans al bestaan in de landen van de EU.
    Voor zover dergelijke wetten bestaan, zullen die gaandeweg worden vervangen door een "ultra-liberaal" systeem dat hoegenaamd vrijwel geen garanties zal bieden voor het individu, maar vrij spel geeft aan de (grote) bedrijven. Erger: het verdrag zal op een zekere manier overheden verbieden hun eigen socialezekerheidssystemen te hebben en te beheren. In veruit de meeste gevallen worden overheden gedwongen om van de diensten van particuliere bedrijven gebruik te maken.

    • Het zij opgemerkt dat het gebruik van de term "ultra-liberaal" als kwalificatie van het huidige voorgestelde verdrag geenszins betekent dat het erom gaat een systeem te installeren dat gunstig is voor de "vrijheid" van de individuele persoon. Integendeel! Terwijl enerzijds grote bedrijven een wettelijk instrument wordt gegeven dat hen "grote vrijheden" zal toestaan (d.w.z. de mogelijkheid hun eigen voorwaarden op te leggen aan iedereen), ziet anderzijds het individu zich talloze rechten ontzegd (zelfs de rechten die thans al bestaan op nationaal niveau), zoals bv. het recht te staken en/of te demonstreren (hetgeen verboden zal kunnenworden), het recht gebruik te maken van een zelfgekozen medische behandelingswijze (die keus zal wettelijk worden beperkt), het recht op abortus (dat weer zou kunnen worden ingetrokken),en vele anderen.
    Ook merken we op dat wanneer een artikel van het verdrag over "vrijheid" handelt, het er meestal om gaat een recht te geven aan de (grote) bedrijven (zoals in artikel I - 4  "Fundamentele vrijheden en non-discriminatie", dat de garantie geeft van "het vrije verkeer van personen, diensten, goederen en kapitaal", hetgeen in de praktijk kan betekenen dat bedrijven aldus het recht hebben stakingen en demonstraties te doen verbieden als deze dat "vrije verkeer" belemmeren; hetzelfde principe verstrekt de basis voor vele dienstenrichtlijnen die diverse sociale verworvenheden afbreken of aan religieuze organisaties (zoals in artikel II-70 "De vrijheid van gedachte, ..." die aan de grote religieuze organisaties het recht geeft hun visies op te leggen aan het regeringsbeleid), maar nooit aan de individuele persoon, voor zover dat zou ingaan tegen de belangen van de (grote) bedrijven en religieuze organisaties.



    {jpageviews 00 right}




  • Lissabon I

    De Europese Grondwet verpakt als het 'Verdrag van Lissabon'.

    Wat betekent het nu voor ons?
    De Europese Unie werd aanvankelijk geïntroduceerd als zou ze met name een middel
    zijn dat een vrij handelsverkeer tussen Europese landen mogelijk maakte.
    Nooit meer oorlog in Europa, meer democratie en welvaart voor alle volkeren van Europa.
    Welk mens van goede wil kan daar op tegen zijn?

    Dat waren de slogans waarmee destijds de Nederlandse burgers naar de stembus werden geleid om middels een referendum hun -door het kabinet Balkenende verwachte Ja- stem voor de EU-Grondwet uit te brengen.

    Dat het referendum uitliep op een zware teleurstelling voor Balkenende is bekend: 63% van het electoraat was tegen .!. een Europese Grondwet.

    Maar Balkenende die zijn streven om de eerste president van de Verenigde Staten van Europa te worden gefrustreerd zag worden, gaf niet op en kwam met het voorstel het Ontwerp te ontdoen van de instelling van "een Europese vlag, een Europees volkslied, een Europese president en een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Een paar, maar niet de de belangrijkste, bezwaren van de Nederlandse bevolking.
    (vlag en volkslied werden overigens,via een voetnoot bij het Verdrag van Lissabon, gewoon weer ingevoerd).

    Inmiddels toont de praktijk ruimschoots aan dat het er in wezen om gaat een Europese
    regering aan de macht te brengen die haar recht zal doen gelden op het gedrag en de
    keuzevrijheid van elk individueel persoon, zowel waar het handel en arbeid betreft als
    waar het keuzes m.b.t. persoonlijke levenssfeer betreft. Met andere woorden, in het
    bijzonder als rekening wordt gehouden met de gevolgen voor ieders persoonlijke
    leefomstandigheden kan de enige conclusie zijn dat het erom gaat een totalitair en
    fascistisch systeem te installeren, dat uiteindelijk op wereldwijde schaal zal worden
    verwezenlijkt door middel van de VN.

    Op 05-10-2007 verklaarde de Italiaanse oud-premier Giuliano Amato, die meer dan een jaar
    lang nauw betrokken was bij het opstellen van de verdragtekst voor de nieuwe Europese Grondwet,
    dat dit verdrag bewust onleesbaar is gemaakt om te voorkomen dat burgers nieuwe referenda
    eisen.‘De regeringsleiders besloten dat de verklaring onleesbaar moest worden’ aldus Amato in de Euobserver.

    Terug naar het Europese verdrag (dat inmiddels van kracht is geworden onder de naam Verdrag van Lissabon)
    Eerst even enkele belangrijke punten i.v.m. de voorgaande verdragen:

    ‘Dat het referendum uitliep op een zware teleurstelling voor Balkenende is bekend: 63% van het electoraat was tegen .!. een Europese Grondwet.’
    quote auteur
    • Onder de wetten van de EU bestaat er geen nationale soevereiniteit meer. Het "Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa" dat thans wordt voorgesteld, is in wezen een poging om democratische procedures te omzeilen dankzij een woordspeling.  Het verdrag herziet nationale grondwetten dankzij het feit dat het boven die wetten staat.

     

    • De Europese landen zoals wij die thans kennen, hebben hun bestemming als naties verloren, en worden officieel niet meer "land" genoemd, maar "lidstaat" (op een wijze die sterk lijkt op die van de Verenigde Staten van Amerika). Onder de Europese wet zijn het de provincies en regio's die "landen"zullen genoemd worden. Op termijn is het doel hiervan nationale  identiteiten doen verdwijnen en daarmee ook de capaciteit van een bevolking om op ideologische nationale basis solidair te zijn,alsook de capaciteit tot verzet die dat meebrengt.
    • Enerzijds wordt met de EU-wetten de macht gedecentraliseerd, maar voor de belangrijkste zakenwordt de macht gecentraliseerd. En dankzij het voorgestelde verdrag houdt de regering van de EU sowieso de mogelijkheid om in te grijpen op welk gebied dan ook, dankzij artikel I-11,paragraaf 3, dat bepaalt dat de EU-regering kan optreden als ze vindt dat het handelen vaneen lidstaat "niet voldoende" is.
    • Vanwege die gedecentraliseerde/gecentraliseerde machtsstructuur zal het voor de bevolking extreem moeilijk zijn zich te organiseren om beslissingen die door het Europese Parlement en de Europese Raad van ministers genomen worden tegen te gaan. Ook al wordt er in het verdrag gesproken van de mogelijkheid de Europese Commissie tot de orde te roepen middels een petitie van minstens 1 miljoen handtekeningen, is er tevens bepaald dat die Commissie geen enkele verplichting heeft om rekenening ermee te houden. Het gaat dus enkel om het recht te worden "gehoord"...! Daarbij komt ook nog eens dat het officieel niet mogelijk is om een Europese politieke partij te hebben. Enkel politieke partijen die nationaal erkend worden kunnen een rol spelen in het Europese Parlement.

    Verder moet hierbij worden aangetekend dat, als het zou moeten, zelfs het Europese Parlement
    buitenspel kan worden gezet, dankzij het feit dat de eindbeslissing door de Raad van ministers
    wordt genomen
    (het Parlement bestaat uit afgevaardigden die rechtstreeks worden gekozen in elke lidstaat en is daarom enigszins een democratische weergave van het Europese politieke landschap; maar de Raad van ministers bestaat uit ministers van de lidstaten, hetgeen een weergave geeft die veel selectiever is en makkelijker door de elite te manipuleren).

    Daarenboven zijn er diverse organisaties die sleutelmachtsposities hebben, maar waarvoor enkel
    personen werken die niet door de bevolking zijn gekozen, zoals het geval is voor de Centrale Europese Bank en het Europese Hof van Justitie.

    Ook al is dit het geval, we zullen desalniettemin zien dat het voorgestelde verdrag
    uiteindelijk alle macht en bevoegdheden aan de Raad van ministers en de Europese Commissie toewijst.





    {jpageviews 00 right}




IceCarousel

de 9/11 LEUGEN

Image FiveAls je de foto's van de Bijlmerramp..

Roma in EU

Image 1Een Hongaars Romakind dat de universiteit haalt, is ...

Binnenhof

Image Five Het Binnenhof is een gebouwencomplex in...

SUBMISSION..

Submission De film van Ayaan en Theo, de rechtstreekse oorzaak van het 

 

Lissabon V

Geschreven door Katertje

PDF Afdrukken E-mailadres
De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon.
V)

In dit verdrag gaat het er dus absoluut niet om een menselijk en waarlijk solidair systeem te garanderen, hetgeen u al had begrepen bij het analyseren van hoe de term "toegang" is gebruikt in artikel II-94. De verontrusting is dus volkomen terecht.
Dit verdrag zal noodgedwongen, vroeg of laat, tot erbarmelijke sociale omstandigheden leiden.

  • Onder de titel "Het verbod van kinderarbeid en de bescherming van jongeren op het werk" wordt in werkelijkheid het recht gegeven kinderen van 13 jaar en ouder te werk te stellen; en onder bepaalde voorwaarden ook jongere kinderen, dankzij een spel met woorden en aangehechte bepalingen dat zowel vernuftig als sluw is.
Het artikel stelt: "de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces mag niet lager zijn dan de leeftijd waarop de leerplicht ophoudt." Maar in de dienstenrichtlijn 94/33 wordt bepaald (vertaald uit het Frans, geen officiële vertaling): "Lidstaten mogen, wettelijk of reglementair, de voorziening treffen dat kinderarbeid niet verboden is:
a) voor kinderen die activiteiten uitoefenen waar op gedoeld wordt in artikel 5 [zgn. "culturele" activiteiten];
b) voor kinderen van minstens 14 jaar die werken binnen het kader van een opleiding of stage, voor zover die arbeid geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden die door de gezaghebbende autoriteit zijn gesteld.
c) voor kinderen van minstens 14 jaar die lichte arbeid verrichten waar niet op gedoeld wordt door artikel 5; lichte arbeid dat niet valt onder artikel 5 mag desalniettemin worden uitgevoerd door kinderen van tenminste 13 jaar, beperkt tot een maximaal aantal uren per week en voor bepaalde soorten arbeid, zoals bepaald door nationale wetten."

M.a.w.: het tewerkstellen van kinderen van minder dan 13 jaar oud zal worden toegestaan, als het om "culturele" activiteiten gaat, en het zal worden toegestaan voor kinderen van minstens 13 jaar, als het gebeurt binnen het kader van een "opleiding". Uiteraad wordt noch door het verdrag, noch door deze dienstenrichtlijn bepaald aan wat voor normen en kwaliteitseisen dergelijke "culturele" activiteiten en "opleidingen" moeten voldoen.

In ieder geval zal het worden toegestaan om kinderen van 14 jaar en ouder full-time te doen werken, aangezien dat de leeftijd is waarop "de leerplicht ophoudt". Op het ogenblik gelden de volgende minimumleeftijden om te mogen werken: in Nederland 16 jaar (13 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, met een maximum van 2 uur per dag en 12 uur per week), in België 18 jaar (15 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, met een maximum van 20-22 uur per week), en in Frankrijk 18 jaar (14 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden, enkel in vakanties van minstens 14 dagen, en 16 jaar onder uitzonderlijke voorwaarden).

  • Artikel II-74, "Het recht op onderwijs" stelt: "Eenieder heeft recht op onderwijs en op toegang tot beroepsopleiding en bijscholing." Hier schuilt er mogelijk een probleem in het woord "onderwijs", dat in de Engelse en Franse versies van de grondwet wordt vertaald met het woord "education", wat ook staat voor "opvoeding", en de mogelijkheid geeft een en ander op een manier op te vatten die veel verder gaat dan het kader van schoolonderwijs en het bijv. mogelijk kan maken ouders verantwoordelijk te stellen voor delinquent gedrag van hun kinderen, dientengevolge de ouders uit de ouderlijke macht te zetten en hun kinderen in willekeurige centra en opleidingen te plaatsen, een praktijk die we in bepaalde landen meer en meer zien toegepast worden en die wettelijk gesteund zal worden door artikel II-66 (zie hierboven) dat het mogelijk maakt kinderen in hechtenis te nemen om "toe te zien" op de opvoeding.

Artikel II-74 maakt het ook mogelijk om op willekeurige wijze te beslissen dat bepaalde onderwijsvormen niet als dusdanig gelden, hetgeen in eenzelfde soort praktijk kan resulteren, ondanks dat het artikel stelt dat ouders het recht hebben "om zich voor hun kinderen te verzekeren van het onderwijs en de opvoeding die overeenstemmen met hun godsdienstige, hun levensbeschouwelijke en hun opvoedkundige overtuiging".

  • Kort samengevat, zonder op een overvloed van details in te gaan: het verdrag zal aan grote bedrijven alle middelen geven om vrijwel ongehinderd door sociale wetgeving hun gang te gaan, en beperkt zich op sociaal gebied voornamelijk tot het vermijden van bepaalde excessen die zouden kunnen ontstaan van de kant van bedrijven, wellicht vooral met de bedoeling wantoestanden te vermijden die zouden kunnen ontstaan vanwege een massale volksopstand (alhoewel...). Ook al wordt de schijn gewekt dat bepaalde artikelen vaststellen dat bedrijven op sociaal gebied bepaalde verplichtingen zullen hebben (zoals het aannemen en ontslaan van werknemers op een billijke manier, werkomstandigheden die rechtvaardig en veilig zijn, enz...), in werkelijkheid wordt aan de bedrijven alle middelen gegeven om die te omzeilen dankzij dienstenrichtlijnen zoals 98/59, 94/45 et 89/391, of de inmiddels beruchte en gevreesde "Bolkestein" dienstenrichtlijn (SEC (2004) 21). De "Bolkestein" dienstenrichtlijn, die in bepaalde landen grote ophef heeft veroorzaakt, is er een schrijnend en cynisch voorbeeld van, aangezien het in de oorspronkelijke vorm o.a. de mogelijkheid geeft mensen uit de ene lidstaat in een andere lidstaat te laten werken, waarbij dan echter volstaan kan worden met het volgen van de wetten van de oorspronkelijke lidstaat.
‘De "Bolkestein" dienstenrichtlijn, die in bepaalde landen grote ophef heeft veroorzaakt, is er een schrijnend en cynisch voorbeeld van, aangezien het in de oorspronkelijke vorm o.a. de mogelijkheid geeft mensen uit de ene lidstaat in een andere lidstaat te laten werken, waarbij dan echter volstaan kan worden met het volgen van de wetten van de oorspronkelijke lidstaat. ’
quote auteur
In de praktijk zal dit kunnen betekenen dat men in relatief rijke lidstaten arbeiders laat werken uit arme lidstaten, waar het minimumloon tot aan minder dan de helft kan zijn dan dat van rijke(re) lidstaten. Ook al is er toegezegd dat de richtlijn zal worden aangepast, hoofdzakelijk in een poging een afwijzing van het verdrag te vermijden bij diverse referenda zoals in Nederland en Frankrijk, toont de richtlijn duidelijk welke mentaliteit achter de Europese wetgeving steekt, aangezien ze niets meer doet dan heel nauwkeurig de principes ervan toe te passen, op een wijze die volkomen samenhangend is.
Geconcludeerd kan worden dat, ook al wordt de richtlijn gewijzigd (waar sterk aan getwijfeld mag worden), ze uiteindelijk toch weer opnieuw zal worden ingebracht op de een of andere wijze, aangezien het verdrag, in de huidige vorm, dat eist.

Een ander schrijnend voorbeeld is het feit dat dit verdrag bedrijven zal toestaan om werknemers veel langer te doen werken dan 48 uur per week, tot aan maar liefst 65 uur, en zelfs meer, ondanks dat artikel II-91 van het verdrag bepaalt: "Iedere werknemer heeft recht op een beperking van de maximumarbeidsduur." De list bestaat erin dat niet wordt vermeld wat die maximumarbeidsduur precies moet zijn! Dankzij de dienstenrichtlijn 93/104 uit 1993, is momenteel de maximumarbeidsduur vastgesteld op 48 uur per week. Maar de Engelsen hebben een uitzondering afgedongen, in de vorm van een "opt out", die toestaat dat Britse bedrijven van hun werknemers eisen dat ze hun recht op een maximumarbeidsduur opgeven en accepteren om langer dan 48 uur per week te werken. Ook al wordt gesteld dat deze keus volstrekt vrijwillig dient te zijn, is het niet moeilijk om voor te stellen wat de gevolgen zullen zijn tijdens periodes van grote werkeloosheid. Op het ogenblik wordt door de Europese Commissie gewerkt aan het veranderen van de richtlijn uit 1993, waarbij wordt geprofiteerd van het toetreden van 10 Centraal-Europese landen, om de "opt out" clausule algemeen
geldend te maken voor alle werknemers van de EU... De maximumarbeidsduur zal dan kunnen worden verhoogd tot 65 uur per week. [noot: op 11 mei 2005 werd door het Europese Parlement gestemd over een tekst die zou moeten leiden tot het verwijderen van de “opt out” mogelijkheid, maar dezelfde tekst stelt een versoepeling van het
berekenen van het gewerkt aantal uren in, waardoor uiteindelijk nu in ALLE lidstaten het mogelijk zal zijn mensen onredelijk lang te laten werken, want ook al wordt de tijdsduur per werkgever beperkt, het is nog altijd mogelijk voor iemand om meerdere werkgevers te hebben, en meer en meer mensen zullen zich gedwongen zien meerdere banen te hebben om rond te komen.
Overigens kan het resultaat van deze stemming alsnog worden teruggedraaid door de Europese Comissie en de Raad van ministers.



dit artikel werd 13135 maal gelezen